Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AB2778

Datum uitspraak2001-11-02
Datum gepubliceerd2001-11-02
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureCassatie
Instantie naamHoge Raad
ZaaknummersC00/019HR
Statusgepubliceerd


Conclusie anoniem

Mr. A.S. Hartkamp nr. C00/019HR zitting 22 juni 2001 Conclusie inzake [Eiseres] tegen Stichting Woningstichting De Combinatie Edelhoogachtbaar College, Uw Raad heeft bij arrest van 27 febr. 1998, NJ 1998, 765 wegens motiveringsgebreken het vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Rotterdam vernietigd, waarbij was beslist dat de kantonrechter terecht de vordering van de eiseres tot cassatie ([eiseres]) had afgewezen. Die vordering was gebaseerd op de stellingen dat de Combinatie (verweerster in cassatie) zich jegens haar niet als een goed werkgeefster had gedragen, als gevolg waarvan zij arbeidsongeschikt was geworden, en dat het haar verleende ontslag kennelijk onredelijk was. Na verwijzing heeft het Gerechtshof te Den Haag bij arrest van 7 oktober 1999 de grieven tegen het vonnis van de kantonrechter verworpen en dat vonnis bekrachtigd. [Eiseres] heeft tegen dat arrest tijdig beroep in cassatie ingesteld en een uit vier onderdelen opgebouwd middel van cassatie aangevoerd. De Combinatie heeft tot verwerping van het beroep geconcludeerd, waarna partijen de zaak schriftelijk hebben toegelicht. Het middel bestaat uit motiveringsklachten. De klachten falen m.i. omdat het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk is. Waar het middel klaagt dat het hof niet is ingegaan op bepaalde stellingen, faalt het reeds omdat niet wordt aangegeven waar die stellingen in de gedingstukken te vinden zijn. Conclusie De conclusie strekt tot verwerping van het beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden


Uitspraak

2 november 2001 Eerste Kamer Nr. C00/019HR AP Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres], wonende te [woonplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. F.M. Wachter, t e g e n de stichting WONINGSTICHTING DE COMBINATIE, voorheen de vereniging Woningbouwvereniging De Combinatie, gevestigd te Rotterdam, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. L.A. van der Niet. 1. Het geding in voorgaande instanties De Hoge Raad verwijst voor het verloop van dit geding tussen eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - en verweerster in cassatie - verder te noemen: De Combinatie - naar zijn arrest van 27 februari 1998. Bij dat arrest heeft de Hoge Raad het vonnis van de Rechtbank te Rotterdam van 30 mei 1996 vernietigd en het geding ter verdere behandeling en beslissing verwezen naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage. Nadat De Combinatie [eiseres] had opgeroepen om verder te procederen en beide partijen een memorie na verwijzing hadden genomen, heeft het Hof bij arrest van 7 oktober 1999 het aangevallen vonnis van de Kantonrechter van 15 maart 1995 bekrachtigd. Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht. 2. Het tweede geding in cassatie Tegen het arrest van het Hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Combinatie heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal A.S. Hartkamp strekt tot verwerping van het beroep. 3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van De Combinatie begroot op ƒ 3.237,30 aan verschotten en ƒ 3.000,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.H.M. Jansen, als voorzitter, J.B Fleers en A.G. Pos, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 2 november 2001.